De avonturier en de gemakszoeker

De zomervakantie komt eindelijk in zicht, en dus is het hoog tijd om te mijmeren over vakantiebestemmingen. Vakantie lijkt nu een nationale sport, maar lange tijd was het iets waar velen alleen van konden dromen. Pas in de jaren ’50 en ’60 gaan we massaal op vakantie, wanneer de welvaart groeit en alle werknemers betaalde vakantiedagen krijgen. Dat is het begin van de echte vakantietraditie. Janny Bloembergen-Lukkes, cultuurhistorica bij de Open Universiteit, vertelt over ons vakantieverleden en verklaart waarom wij toch altijd de behoefte te hebben om steeds verder, langer en luxer op vakantie te gaan.

Het binnenland: gemakszoekers en avonturiers

Sommige mensen gaan op de bonnefooi op vakantie met een tentje en rugtas, terwijl anderen juist gepamperd willen worden tijdens een all-innhotelvakantie. De een zoekt het avontuur op terwijl de ander liever van wat meer gemakken voorzien is. Misschien denk je dat die tegenstelling tussen de ‘avonturier’ en ‘gemakszoeker’ pas kort geleden ontstond, maar eigenlijk is die er al wanneer we in de jaren ’50 voor het eerst massaal op vakantie gaan.

Vakantiegangers die erg op luxe gesteld zijn gaan naar pensions. Die waren ooit bedoeld voor de welgestelde elite, maar in de jaren ’50 kan bijna iedereen zich de huur van een paar kamers veroorloven. ‘Katwijk was bijvoorbeeld een populaire bestemming,’ weet Janny Bloembergen-Lukkes. ‘Om zoveel mogelijk geld te verdienen tijdens het vakantieseizoen, verhuurden mensen soms zelfs hun hele huis. Ze gingen dan zelf een tijdje in de schuur slapen. Om het goedkoop te houden huurden hele gezinnen soms zelfs maar één kamer, gezellig bij elkaar met een stapelbed voor de kinderen. Vakanties waren simpel, zo kon je wat langer van huis blijven. Daar kan je eigenlijk het allereerste beginnetje van de beleveniseconomie zien.’

Na de pensions raken kampeerhuisjes van hout of tentdoek, en later de bungalowparken steeds meer in trek. Die parken veranderen in kleine dorpen. Vakantiegangers willen luxe en een vaste setting. Het bungalowpark moet daarom van alle gemakken voorzien zijn; van een patatzaak tot een tropisch zwemparadijs.

De avontuurlijk aangelegde vakantievierder trekt met een tentje de natuur in. De tenten zijn in de jaren ’50 nog heel simpel. Een punttentje bestaat uit twee stokken en tentdoek, niets meer. Janny Bloembergen-Lukkes kijkt bedenkelijk: ‘maar ook het kamperen wordt eigenlijk steeds een beetje luxer. In de jaren ’50 sturen we onze kampeerspullen nog vooruit in een stevige kist, en gaan we zelf met de fiets of het openbaar vervoer naar een camping of natuurvriendenhuis. Campings hebben zelfs nog geen warm water. Dat komt pas in de jaren ’60, dan kan je met een muntje een paar minuten warm douchen. Nu gespen we onze fietsen vast op de sleurhut en gaan met een volledige inboedel een paar weekjes naar het buitenland.’

Op naar het buitenland!

Vanaf de jaren ’60 wagen we ons ook de landsgrenzen over. Met georganiseerde busreizen gaan we dagjes weg. Eerst naar België en Duitsland en later ook naar Parijs en Toscane. ‘Voor veel Nederlanders vormde de taal een struikelblok en Engels wordt dan nog niet veel gesproken’, vertelt Janny Bloembergen-Lukkes, ‘maar de buschauffeur sprak meestal wel de taal en werd daarom al snel een verkapte reisleider. Hij las bijvoorbeeld de menukaart voor. Zelfs als hij ‘s avonds een wandelingetje door het dorp ging maken, kwam de hele stoet achter hem aan.’ In de jaren ’70 gaan we massaal naar Joegoslavië. Het is een goedkope bestemming, de campings zijn groot en het vaak toegestane naaktrecreëren maakt het wel extra spannend. Topless zonnen in Nederland leidt eerst nog tot heel wat beroering, we zijn een preuts land.

Laten we vooral de jeugd niet vergeten. Tieners worden na de Tweede Wereldoorlog steeds onafhankelijker met een zelf te besteden inkomen. Janny Bloembergen-Lukkes lacht: ‘in de jaren ’50 besteden tieners hun geld aan een brommertje om naar het strand te gaan, ze zijn dan nog niet zo héél avontuurlijk. Maar dat verandert al snel. Eerst wordt met de Tienertour vanaf eind jaren ’60 Nederland ontdekt. Niet lang daarna gaat de jeugd naar Lloret de Mar aan de Costa Brava om goedkoop te feesten. De jeugd speelt soms ook een voortrekkersrol, bijvoorbeeld bij het ontdekken van Azië als vakantiebestemming. Dat begint met India en Viëtnam en breidt zich uit naar Nepal, Thailand en Birma. De jeugd vindt het niet erg om een beetje af te zien, en gaat backpacken en liften, door Latijns-Amerika en Zuid-Afrika.’

Steeds verder en extravaganter

Waar in de jaren ’60 nog maar 40% van de Nederlanders op vakantie gaat, is dat in de jaren ’90 gegroeid naar maar liefst 75%. Steeds vaker, verder en extravaganter is lange tijd de norm. We gaan niet alleen meer op zomervakantie, maar ook op meivakantie en wintersport. We spenderen de helft van al onze vakanties in het buitenland en daar besteden we maar liefst vier keer zo veel als in het binnenland. We vliegen steeds meer en verder: 400.000 vliegtochten per jaar in de jaren ’70 worden er 3.2 miljoen per jaar in de jaren ’90.

Waarom willen we onze grenzen steeds meer verleggen? Janny Bloembergen-Lukkes heeft daar snel een antwoord op: ‘Vakantie is ook een vorm van status, van imago. Met je vakantie laat je zien wie je bent. En we zoeken die authentieke vakantieplek, nog niet ontdekt door anderen. Op die manier ontstaat er competitie, en willen we steeds verder en extravaganter op reis.’

Met de groei van de welvaart zijn vakanties een stuk duurder geworden. We namen het er goed van: we aten meer buiten de deur, pakten vaker een terrasje en wilden steeds vaker gepampered worden in all-inclusive resorts. Maar door de recessie loopt het aantal vakanties nu flink terug. Een keer niet op wintersportvakantie, of juist in mei weg in plaats van in de zomer. We gaan naar het Noordzeestrand, de Veluwe, de Zeeuwse Delta en de Achterhoek. Of in het binnenland op stedentrip en camperen bij de boer. Knuffelen met een koe en kamperen in de achtertuin zijn weer helemaal hip. En daarmee is een nieuwe trend zichtbaar: minder duur, minder lang, en minder ver.

Advertisements