Space Madness

Astronauten die de ruimte in gaan worden hartstikke gek! Dat denken de Amerikaanse psychologen die in de jaren ‘50 de eerste astronauten moeten selecteren. Juist omdat nog geen mens dan voet in de ruimte heeft gezet slaan mythes over space madness enorm aan. Hoe zijn de theorieën over space madness ooit begonnen?

Mythevorming rond astronauten

Het ruimtevaarttijdperk wordt op 4 oktober 1957 ingeluid met de lancering van Spoetnik door de Sovjet-Unie. Spoetnik 1 is de allereerste kunstmaan en daarmee hebben de Russen op het toppunt van de Koude Oorlog een troef in handen. De Amerikanen staan perplex door de technologische kloof die zich op het gebied van de ruimtevaart opeens openbaart. Onder geen beding mogen de Russen voorlopen op de Amerikanen. Ook heerst de angst dat de Russen werken aan het lanceren van raketten vanuit de ruimte. Daarom besluit Amerika haar ruimtevaartprogramma in een stroomversnelling te brengen en de NASA op te richten.

De Koude Oorlog breidt zich uit naar de ruimte. Technologisch vernuft op aarde is niet meer genoeg, het winnen van de ruimterace is het nieuwe doel. Maar de Russen zijn op dreef en weten in november 1957 het hondje Laika met de Spoetnik 2 een baan rond de aarde te laten maken. In 1961 volgt Yuri Gagarin als eerste mens in de ruimte. Het is dan aan Amerika om zich te bewijzen. En dus houdt president Kennedy op 25 mei 1961 een toespraak om de grootse plannen te onthullen:

“But why, some say, the moon? Why choose this as our goal? And they may well ask why climb the highest mountain? Why, 35 years ago, fly the Atlantic? … We choose to go to the moon. We choose to go to the moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard, because that goal will serve to organize and measure the best of our energies and skills, because that challenge is one that we are willing to accept, one we are unwilling to postpone, and one which we intend to win, and the others, too.” (Kennedy, 1961)

Maar Amerika bevindt zich op dat moment midden in rassenrellen, armoede en oorlog. Er is helemaal geen behoefte aan nog een wedloop om technische snufjes. NASA gooit het daarom over een andere boeg. Het draait allemaal om de Amerikaanse astronauten, die worden opgehemeld tot helden die de oorlog in de ruimte moeten winnen en tot volbrengers van de Amerikaanse droom. Dit is het begin van het mystificeren van de astronaut. Juist dankzij deze heldenverering wordt de basis gelegd die later zal omslaan in space madness. Wil je meer weten over de geschiedenis van ruimtevaart?

Kijk dan nu op Geschiedenis24.

Selectie van astronauten

Het echte ruimteprogramma van de Amerikanen komt in de jaren ´60 pas op gang, maar de voorzichtige eerste stappen richting ruimtevaart worden eind jaren ´50 gezet. De zoektocht begint zelfs al in 1955, nog voor een vaartuig gebouwd is dat veilig een baan rond de aarde kan maken. Aldus Matthew Hersch, die in zijn artikel ‘Space madness: the dreaded disease that never was’ de ontstaansgeschiedenis van space madness onder de loep neemt.

Toekomstige astronauten moeten onder piloten van de Air Force gezocht worden, aldus Brigadier General Don Flickinger, hoofd van de Air Force Office of Scientific Research. Hij stelt de richtlijnen op waaraan toekomstige astronauten moeten voldoen; ze moeten helder en kalm blijven in benarde situaties, intelligent zijn, tegen fysieke ontberingen kunnen, stabiel, kalm en zelfverzekerd zijn.

Twee managers, een luchtvaartarts, en twee psychologen van NASA zijn verantwoordelijk voor de selectie van potentiële astronauten, die gekozen worden uit testpiloten uit de Amerikaanse Navy, Air Force en Marines. Na meerdere selectieronden met psychologische tests blijven zeven testpiloten over, die zijn uitverkoren om de eerste ruimtereizen te maken: Wally Shirra, Deke Slayton, Alan Shepard, Gus Grissom, John Glenn, Gordon Cooper en Scott Carpenter. Zij trainen vier jaar lang om met het Mercury Project als eerste de ruimte in te gaan, en staan daarom al snel bekend als de Mercury Seven of Original Seven.

Volgens Hersch zijn de psychologen van NASA zijn in eerste instantie bang dat de mannen die zich opgeven om astronaut te worden zelfmoordlustige sensatiezoekers zijn. Maar niets blijkt minder waar: veel van de mannen vlogen in de Koude Oorlog als testpiloten in straalvliegtuigen en kunnen daarom goed hun angsten onder controle houden en onder druk presteren. Vaak zijn ze lichtelijk obsessief-compulsief en juist hun sterke drang tot bewijzen en tonen van meesterschap maakt ze uitermate geschikt als astronaut.

De astronauten blijken zelfs in de meest benarde situaties kalm en in controle te blijven. Als het lanceervoertuig Titan II in 1966 niet wil werken moeten Wally Schirra en co-piloot Tom Stafford zichzelf uit het voertuig schieten. Maar Schirra blijft zitten en weet niet alleen beide piloten maar ook de Gemini capsule te redden. Zelfs in stressvolle en levensbedreigende situaties gaan de astronauten stoïcijns door met de taak die zij te doen hebben. Als de ruimte al enige invloed heeft op hun psyche, dan laten ze daar niets van merken.

Hollywood

Juist het succes en de volhardendheid van de astronauten maakt dat ze al snel vereerd worden als helden. Astronauten zijn de personificatie van alle waarden van NASA en Amerika: ze zijn moedig, dienstig en trouw. Maar het idee dat een mens de ruimte in gaat en daar zonder psychologische kleerscheuren vanaf komt, dat gaat er bij veel media en journalisten niet in. En daarom gaat Hollywood aan de haal met het idee van de ‘perfecte’ astronaut.

De jaren ’60 ziet de opkomst van films waarin de astronaut wordt neergezet als complex wezen. Als moderne filosoof staat de fictieve astronaut boven het idee van de dood en gaat onverstoorbaar verder met de opgedragen taak. Maar juist de hoge verwachtingen maakt dat de astronaut tegelijkertijd streeft naar het verwerven van ‘superkrachten’, die haast nooit te verkrijgen zijn. Daarom breekt de astronaut onder de druk en wordt gek, space mad dus. De films zijn eerder een afspiegeling van de angsten van de Amerikanen en hebben een sterk moraliserend karakter. Aan het eind van de film gaat de astronaut dan ook weer netjes aan het werk.

In de jaren ’70 en ’80 verandert dit beeld. De astronaut is nog voor de ruimtereis al gestoord en is juist uit op het zoeken van risico’s en het najagen van de dood. De tijd in de ruimte versterkt deze psychotische trekjes alleen nog maar. Kijk hier naar een aantal voorbeelden van space madness volgens Hollywood:

De toekomst

Tot nu toe hebben astronauten deep space overleefd zonder gek te worden door de eenzaamheid. Nu de tijd is aangebroken om serieus na te denken over bemande missies naar Mars laaien ideeën over space madness opnieuw op. Houden astronauten een gewichtloze reis van meerdere jaren in een klein verblijf wel vol?

Het experiment Mars 500 is opgezet om de effecten van langdurige isolatie te onderzoeken. Zes pseudo-astronauten uit Europa, Rusland en China laten zich maar liefst 520 dagen in een nagebouwd ruimteschip in Moskou opsluiten. In de tijd die het kost om een ‘echte’ heen- en terugreis te maken naar Mars, doen de mannen zo’n honderd experimenten en worden ze nauwlettend in de gaten gehouden. Halverwege de ‘missie’ maken drie astronauten zelfs een uitstapje in 32 kilo zware ruimtepakken naar ‘Mars’. In werkelijkheid is dit een donkere kamer, gevuld met zand, dat het oppervlak van Mars na moet bootsen. Het experiment is inmiddels voltooid en de astronauten mochten na een goede 17 maanden weer terug de bewoonde wereld. Het is nog maar de vraag of ze hun isolatie allemaal even goed hebben doorstaan…

Advertisements