Overigens schitterend vertaald

Van Carlos Ruiz Zafón en Fjodor Dostojevski tot J.K. Rowling; zeventig procent van in Nederland gelezen fictie is vertaald. Vertalers zijn daarom een onmisbare schakel in de literaire wereld – en toch zijn we ons amper bewust van hun rol.

Overigens schitterend vertaald

Illustratie: Guy Verbeek

Vertalen lijkt misschien een kwestie van ‘even een woordenboek uit de kast pakken’, maar schijn bedriegt: het is een hele kunst. ‘Er zijn twee soorten “goed vertalen”’, vertelt Eric Metz, docent Vertaalkunde en Tsjechische letterkunde aan de UvA. ‘De vertaalkwaliteit moet goed zijn, maar misschien nog wel belangrijker is dat je de vertaling kunt lezen als een op zichzelf staand werk. Als lezer mag je dus niet merken dat de tekst vertaald is. Basisvaardigheden die iedere vertaler moet bezitten zijn een brede algemene en culturele ontwikkeling, passie voor talen, uitstekende schrijfvaardigheid, taalkennis en literaire aanleg.’

De ‘beste’ vertalers zijn degenen die met hun werk iets toevoegen aan de Nederlandse literatuur, aldus Metz: ‘Vladimir Majakovski schreef zulke inventieve avant-gardistische poëzie dat daar in het Nederlands geen kant-en-klare woorden en zinsconstructies voor bestonden. Marko Fondse vertaalde het werk prachtig, met gekke niet-bestaande woorden en nieuwe rijmvormen, en verrichtte daarmee baanbrekend werk voor de Nederlandse literatuur. Dat soort vertalers zijn eigenlijk nog zeldzamer dan invloedrijke schrijvers.’

Zelfs als er een mooie vertaling ligt, is het werk soms niet gedaan. Vertalingen hebben namelijk een zekere ‘houdbaarheidsdatum’; na 25 jaar zijn de Nederlandse taal én onze cultuur zo veranderd dat het tijd is voor een nieuwe vertaling. En dat kan tot heel nieuwe inzichten leiden. In 2006 hervertaalde Arthur Langeveld de klassieker De gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski. ‘In de vorige vertalingen waren de humor en de verschillende manieren waarop personages spreken helemaal vlakgepoetst’, vertelt Langeveld, ‘terwijl sommige personages gewoon plat Russisch praten!’ Langeveld pakte het anders aan en in de nieuwe vertaling, hernoemd naar De Broers Karamazov, lees je voor het eerst Dostojevski zoals de Russen dat doen.

Vertaler gezocht

Literaire uitgeverijen hebben vaak een pool van vertalers die op freelancebasis opdrachten krijgen, maar vertalers kunnen ook zelf gaan lobbyen en connecties gebruiken. Regina Willemse werkt al 22 jaar als vertaler sinds ze dankzij een Amerikaanse vriend aan haar eerste vertaalklus kwam. ‘Je kan ook zelf naar een uitgeverij stappen met een boek dat je graag wilt vertalen. Met een stuk proefvertaling probeer je de uitgeverij dan te overtuigen van de keuze voor een boek en van jouw eigen vertaalkwaliteit.’

Werken met talen als het Engels, Duits of Frans, die veelvuldig vertaald worden, betekent dat je fulltime als vertaler aan de slag kunt. Die luxe hebben vertalers van minder bekende talen, bijvoorbeeld de Slavische talen of het Arabisch, meestal niet. Eric Metz is naast zijn werkzaamheden bij de UvA ook vertaler van Slavische poëzie: ‘Het is een kleine wereld; uit het Tsjechisch vertalen we maar met z’n vieren en zelfs een veelgesproken taal als het Russisch heeft slechts een handjevol vertalers in Nederland. Mijn werk kan ik er niet van maken.’

Een zwaar bestaan

Voor het geld hoef je in ieder geval geen literair vertaler te worden; de meeste uitgeverijen houden zich aan het modelcontract, waarin minimumprijzen zijn vastgelegd door de Vereniging van Letterkundigen en de Literaire Uitgeversgroep. De minimum woordprijs is slechts 6,3 cent, en zelfs daar wordt van afgeweken. ‘Er zijn vertalers die voor zo weinig werken als 3,6 cent per woord’, vertelt Willemse. ‘Aan het vertalen van een gemiddeld boek van 80.000 woorden verdien ik maar zo’n 5.000 euro terwijl ik er vijf maanden aan werk.’

Literaire vertalers kunnen ter aanvulling van hun magere honorarium een werkbeurs aanvragen bij het Nederlands Letterenfonds, vertelt Petra Schoenmaker, senior beleidsmedewerker vertalingen. ‘Wij subsidiëren het werk van vertalers zodat zij kwalitatief hoogwaardige vertalingen kunnen maken. Een vertaler moet een gemotiveerde aanvraag doen voor een werkbeurs. Een commissie beoordeelt die aanvraag aan de hand van de literaire kwaliteit, de moeilijkheidsgraad van het boek en de vertaalkwaliteit van de vertaler. De hoogte van een werkbeurs voor een gemiddeld boek ligt rond de 7.000 euro.’

Vertalen kost tijd’, vertelt Regina Willemse. ‘Om te beginnen lees ik het hele boek en maak ik aantekeningen over de plot en verwijzingen naar latere gebeurtenissen. Daardoor leer ik de stijl van de auteur kennen. Vaak probeer ik ook persoonlijk contact op te nemen, dan kan ik vragen stellen over passages die zich lenen voor meerdere interpretaties. Als vertaler moet je echt precies weten wat er staat. Het vertalen zelf gaat met een snelheid van zo’n drie bladzijdes per dag. Na het vertalen zijn er twee redigeerrondes, met een corrector en een redacteur, en tot slot controleer ik het uitgeprinte zetsel.’

De ondergewaardeerde vertaler

De vertaler is de onzichtbare schakel tussen de originele schrijver en het Nederlandse leespubliek. Waar de auteur in een recensie gelauwerd wordt, is de hoogst haalbare eer voor de vertaler een zinnetje als ‘overigens schitterend vertaald’. Metz: ‘Voor veel vertalers is die totale onzichtbaarheid een grote frustratie. Welke lezer gaat er ook kijken naar wie het boek vertaald heeft?’ Willemse is het daar mee eens: ‘Vertalen moet je vergelijken met muziek spelen; je hebt het boek niet geschreven maar je vertolkt en interpreteert het naar het Nederlands. Geef tien vertalers een boek, en je zal tien verschillende vertalingen krijgen. Toch ben je als vertaler heel dienstbaar en onzichtbaar, daar moet je wel tegen kunnen.’

Gelukkig kunnen vertalers hun hart ophalen aan de Martinus Nijhoffprijs, die elk jaar wordt uitgereikt door het Prins Bernhard Cultuurfonds voor bijzondere vertalingen in en uit het Nederlands. Het Nederlands Letterenfonds reikt daarnaast een oeuvreprijs uit aan vertalers die niet alleen een indrukwekkend vertaaloeuvre hebben maar ook actief hun rol als cultureel bemiddelaar uitoefenen. Daarnaast organiseert het fonds de ‘Vertalersgeluktournee’, waarbij vertalers op de shortlist van de Europese Literatuurprijs langs de boekhandels gaan om te vertellen over hun werk, om zo bekendheid van het beroep te vergroten.

Het zijn barre tijden in de boekenwereld en ook vertalers hebben minder werk. Desondanks startte de UvA afgelopen september met de masteropleiding Vertalen. ‘In Nederland zijn er voldoende literaire vertalers, maar er is vanuit de uitgeverswereld grote vraag naar professionalisering van het vak. De opleiding Vertalen is een soort keurmerk’, zegt Metz. Willemse ziet een opleiding niet als iets zaligmakends: ‘Vertalen is vooral iets wat je echt leert door het heel veel te doen, met alleen een papiertje ben je er absoluut niet.’ De tien studenten die dit jaar uit alle mogelijke talenhoeken bijeen zijn gekomen voor de masteropleiding Vertalen zien de toekomst in ieder geval niet zo somber in: ‘Vertalen is een passie. Me zorgen maken over een baan, dat doe ik later wel.’

Advertisements