Wil jij de mixer van Gijs?

In mijn roze geitenwollensokken boodschappennetje bungelt een eenpersoonsoven. Met vriendlief Joen aan mijn zijde stap ik de zachtwitte zaal van het Stadhuis binnen. Waar drie eeuwen geleden de Vrede van Utrecht werd gesloten voltrekt zich vandaag een kleinere maar minstens zo bijzondere activiteit: het Ruilplein.

Illustratie: Marloes Toonen

Illustratie: Marloes Toonen

Hoezo armoede?” is het zwaarmoedige thema dat de evenementen van deze Culturele Zondag met elkaar verbindt. Op het Ruilplein kan je de grotemensenproblematiek achter je laten en op microniveau armoede bestrijden. Gewoon door spullen die op zolder staan te verstoffen om te ruilen voor iets nieuws. Ruilen kost geen geld of grondstoffen. Jij blij, wereld blij, anti-consumptiemaatschappij. Zo kan je zelf iets doen voor een nobel doel.

De crèmekleurige muren, lichtgele deuren en het basisschooltapijt van het Stadhuis begroeten ons. Brandende kaarsen schitteren in de bronzen kroonluchter en werpen een zachte gloed over het ruiltafereel. Tafeltjes staan in hoefijzervorm, erachter een groot scherm waarop creatieve zelfgetekende animaties langsflitsen. “Wie wil het koffieapparaat van Jasper?” Her en der materialiseren hoopjes spullen, uitgestald door de andere ruilers: knellende hoge hakken, ongelezen saaie boeken en de door menig rommelmarktbezoeker felbegeerde chocoladefondue. Jazz die uit de stereo komt drijven en kleine glaasjes wijn; Koninginnedag op z’n chique.

Plak een naamsticker op jezelf, en op al je spullen”, zijn de instructies. We stallen onze ruilitems uit en beplakt als op een vrijgezellenborrel lopen we al ruilend rond. “Een Trangia fluitketel!” Joen is meteen enthousiast. Voor de niet-outdoorfanaten onder ons, dat is de Rolls-Royce onder de buitenkookspullen. “Je mag ‘m wel hebben”, zegt Weia, een schuchter meisje van eind twintig. Hebben, niet ruilen? We kijken verbaasd. “Ik vertrek volgende week naar Nieuw-Zeeland voor minimaal vier jaar, om te promoveren en een nieuw leven te beginnen. Ik vond dit een mooi moment om spullen weg te geven.” Toch loopt Weia mee naar onze tafel en neemt het boekje ’25 Tips voor duurzaam winkelen’ mee. Ze bladert nog even: “Oh, kijk nou, ‘ruilen’ is ook een tip, dat is grappig.”

De fanatiekste ruiler onder ons is Jetske, 12 jaar oud. Een kleine handelaar in spe met korte zwarte haren, sproeten en ontdeugende ogen. Als een pro spreekt hij iedereen aan om deals te sluiten. “Hoi!” hij springt voor onze tafel. “Ik wil heel graag die teddy-hond hebben”, hij wijst naar de overkant van de zaal. Een norse vrouw staat half verscholen achter een reusachtig speelgoedbeest. “Maar die mevrouw wil ‘m alleen ruilen tegen iets van Spiderman… Heb jij iets van Spiderman?” Helaas, maar ons roulettespel is snel geruild voor een diep pastabord. “Iew, er zitten nog etensresten op”, fluistert Joen me zachtjes toe terwijl Jetske blij verder huppelt.

Ruilen blijkt vooral iets voor de hippe twintiger. Jongens met laaghangende broeken, hoge sneakers, shirtjes van de H&M vrouwenafdeling, net te lang haar onder een klein hoedje en goed getrimde baardjes. Ze kijken alsof ze toevallig binnengestruind zijn. Hun wederhelften dragen parmantige hakjes, haar in een knotje, grote kettingen om hun hals, een slobbershirt en de wollen trui van oma. Ze geven een klein gilletje zodra ze één van hun vriendinnen tegenkomen. Veel ruilers kennen elkaar; spulletjes heb je toch het liefst van je vriendjes en vriendinnetjes. Van nobelheid of ideologie ontbreekt eigenlijk ieder spoor. Na ecomarkten en wildbreien is ruilen de nieuwe mindfullness-uiting. We ruilen om het ruilen, niemand is hier uit noodzaak. Hoezo armoede?

Ik raak met Jet Lasterie, organisator van het Ruilplein, aan de praat: “Natuurlijk is er de hele ideologie achter het ruilen, maar die willen we niet al te veel uitdragen. Ruilen is gewoon heel leuk! Je hebt vaak veel spullen thuis staan die je toch niet meer wil hebben. Doe daar iets mee! Je kan voor een euro iets leuks kopen bij de Kringloop, maar hier ontmoet je mensen en zit er een verhaal achter je nieuwe spullen.” Ze tilt twee Delftsblauwe, oerlelijke bloempotten op en kijkt er verliefd naar. “Neem deze bloempotten, iedere keer dat ik deze potten zie denk ik aan Weia. Van ruilen komt echt niet altijd huilen!”

Net wanneer de ruilwanhopigheid toeslaat begint de ‘veiling’. “Heeft iemand nog iets over?” roept de veilingmeester vanaf zijn spreekgestoelte. Mijn oventje staat nog steeds zielig op zijn plek. “Ja!” Ik ren naar voren. “Mooi oventje, voor één persoon! Goed voor… eh… tja…” De veilingmeester stokt. “Eenpersoonspizzapunten, croissantjes, gesmolten kaas!” vul ik aan. De lieftallige assistente demonstreert. Ik heb beet: Lotte wil ‘m hebben. “Dit roodwitgestreepte jurkje is nou echt iets voor jou!” lacht ze. Joen fronst geamuseerd zijn wenkbrauwen.

Op weg naar huis denk ik over mijn nieuwe roodwitgestreepte jurkje. Ga ik het ooit dragen? Anders kan ik het altijd nog weggeven aan een vriendin met oma-trui.

Advertisements