In de voetsporen van een kunstenaar

Hoewel menig geesteswetenschapper het veracht, zo lang mogelijk uitstelt of zelfs ontkent: er is leven na de faculteit. Ter inspiratie of puur uit interesse; iedere maand een blik door de bril van een ex-FGw’er als heuse kostwinner. Deze maand: Tamar Davidowitz (1985), junior restaurator Metaal bij het Rijksmuseum.

Tamar Davidowitz

Tamar Davidowitz
foto door Roos Aalvanger

Tamar Davidowitz, 27 jaar. Studie: Bachelor Kunstgeschiedenis (Universiteit Leiden) en Grafiek (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag), Master Conservering en Restauratie (UvA)Post-Initieel Traject Conservering en Restauratie (UvA). Afstudeerjaar: 2012. Werk: junior restaurator Metaal Rijksmuseum.

Metaal heeft iets bijzonders, alsof je bepaalde geheimen moet kennen voordat je het kan bewerken,’ antwoordt Tamar op de vraag waarom ze voor de specialisatie metaal heeft gekozen. Op tafel ligt een assortiment sieraden, zorgvuldig verpakt, van Lalique tot stukken zo oud als het Byzantijnse Rijk. Ze mogen alleen aangeraakt worden met groene handschoenen aan.

In het Atelier van het Rijksmuseum werken lijkt een droombaan. Hoe ben je hier terecht gekomen?

Ik wilde altijd al restaurator worden, maar ik wist niet of ik toegelaten zou worden tot de masteropleiding Conservering en Restauratie: de selectie is heel streng. De scheikunde was een behoorlijke uitdaging en ik was bang dat het te bèta zou zijn voor mij. Maar toen dacht ik bij mezelf: If there is a will, there is a way! Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en heb mezelf aangemeld. Eerst moest ik een vooropleiding scheikunde van één jaar volgen, maar daarna werd ik toegelaten. Na een stage bij het Rijksmuseum kreeg ik dit project aangeboden: of ik de sieraden en limoge-emailles wilde behandelen voor de heropening. Duizendmaal yes! Ik was afgestudeerd op een vrijdag en maandag ging ik hier al aan de slag.’

De combinatie van het handvaardige met het academische vind ik fantastisch. Ik ken historische zilver- en goudsmidtechnieken, maar ik ben ook bezig met scheikunde, materiaalkunde en kunstgeschiedenis. Een restaurator moet veel tegenstrijdige dingen kunnen, dat is het leuke en het fascinerende aan dit beroep.’

Word je tijdens je opleiding meteen losgelaten op echte kunstobjecten?

Vooral bij een specialisatie als metaal mag je snel met de praktijk aan de slag. Verschillende technieken leer je door ze toe te passen op oefenobjecten, en later onder begeleiding op particuliere collecties en museumstukken. Aan het einde van de masteropleiding mocht ik samen met mijn docent Tonny Beentjes en een medestudent aan De Denker van Rodin werken.’

De Denker is heel bekend, vond je dat niet spannend?

Op het moment zelf was ik zo gefocust op mijn werk dat ik me niet besefte hoe veel het project eigenlijk betekende. Om te achterhalen hoe de ontbrekende stukken eruit zagen, zijn we naar het atelier van Rodin in Meudon, bij Parijs, gegaan. We vonden een gipsen model dat heel erg leek op het model dat Rodin zelf gebruikt heeft. Dat model hebben we gescand, waarna we de ontbrekende delen in 3D konden printen. Daar hebben we vervolgens weer mallen van gemaakt voor afgietsels uit epoxy met bronspoeder. Urenlang ben ik aan het retoucheren geweest, een visueel trucje om de overgangen van oude naar nieuwe stukken er mooier uit te laten zien.’

Pas toen De Denker weer tentoongesteld werd in het Singer, kwam er een moment van besef. Veel mensen hadden De Denker in zijn beschadigde vorm willen laten. Maar iedereen was totaal verbaasd, zo’n mooi resultaat had men niet verwacht. Dan krijg je veel waardering voor je werk.’

Hoe bepaal je wat de beste manier is om een kunstwerk te restaureren?

Als ik in het Atelier van het Rijksmuseum aan het werk ben, overleg ik met een conservator en met andere metaalrestauratoren. Ook leer je uit ervaring, wanneer je bijvoorbeeld een reeks sieraden moet restaureren, zijn veel handelingen vergelijkbaar. De grondwet van restauratiewerk is dat we originele materialen niet aantasten en dat alle handelingen omkeerbaar moeten zijn. Soms hebben we geen keuze, zoals bij het hoofd van De Denker. Deze moesten we toch buigen om het in zijn originele vorm terug te krijgen. Bij belangrijke kunstobjecten bepaalt een commissie van experts wat moet gebeuren en vaak is jarenlang onderzoek nodig naar de geschiedenis en het maakproces van een kunstwerk.’

Waar zie je jezelf over tien jaar?

Restaureren van sieraden is een droom die uitkomt. Een sieraad is een micro-universum, er zijn zo veel verschillende handelingen en technieken verwerkt in zo’n klein object. Soms voelt het alsof ik de top al bereikt heb. Er is maar een handjevol echte banen, de meeste restauratoren werken als freelancer op projectbasis en rijk word je er niet van. Ik heb heel veel geluk gehad dat ik meteen bij het Rijksmuseum aan de slag kon. Binnenkort loopt mijn contract af, dan moet ik op zoek naar een nieuw project. Ik zou graag weer bij een museum werken, dan kan ik zowel onderzoek doen als uitvoerend bezig blijven.’

Advertisements